Verslag December 2006

Nouadhibou zondag 3 december 2006 : Als we wakker worden staat de zon reeds te stralen. Vlug wat eten en dan de stad verkennen. Een eerste grote verandering is het brood, de ronde platte schijven van weleer zijn nu baguetten geworden. De auto’s zijn nog slechter  en de bank is niet meer dan een lokaaltje van ongeveer 3 bij 5 meter waar 2 dames achter tralies van dik betonijzer hun werk doen. In de namiddag bekijken we het verdere verloop. Er zijn 2 mogelijkheden, ofwel met de trein naar Choum om dan te trachten met een camion mee te gaan naar Atâr. Hierna zou de weg verhard zijn ofwel kunnen we sinds enkele jaren een nieuwe rechtstreekse weg gebruiken. Beide komen in Nouachott maar beide hebben hetzelfde nadeel, de afstand tussen 2 steden is met de fiets niet in een dag te overbruggen en men moet zijn toevlucht moet nemen tot wild kamperen. Probleem hierbij is de nodige voorraad water mee te nemen. Er bleek nog een derde mogelijkheid, namelijk met een gids per auto door het “Park national du banc d’arguin”. Dit is een strook woestijn langs de kust tussen nouadhibou en nouakchott maar in plaats van bomen en planten gaat het hier over zandduinen met schaarse begroeiing en natuurlijk de kamelen. Uiteindelijk kozen we voor de gids, wel iets duurder maar veiliger. DE volgende dag werden de fietsen boven op de auto geladen even nog tickets halen en weg waren we. Tegen de avond kwamen we op ons eerste kampement “Cap Tagarit”aan. Een tiental nomadententen stonden langs de kustlijn opgesteld en voor het toilet tja dat gebeurde in open lucht. Op sommige iets verscholen plaatsen was dit goed te zien. Na een flinke strandwandeling vertrekken we de volgende middag naar Iwik. Een grote tent moet het restaurant voorstellen. Het avondeten bestaat uit rijst met vers gevangen vis en een sausje van gebraden ajuin. Simpel maar toch heel lekker. De derde dag wordt iets speciaals. Met een grote zeilboot gaan we de zee op. Enkele kilometers voor de kust liggen eilanden waar duizenden vogels huizen. Het is een volledige dagreis met diner aan boord maar als we de netten ophalen zit er geen visje in dat de moeite waart is, het wordt dus rijst met saus. De laatste rit is kritisch. Het gaat niet alleen langs maar ook over de zandbergen, maar onze gids weet zijn weg te kiezen en met halfzachte banden brengt hij ons veilig naar Nouâmghâr. Het geef ons wel een klein beetje een idee van Parijs-Dakar.We slapen in een vissersdorp en kijken even verwonderd hoe mooi de houten hutjes langs binnen zijn. Slapen gebeurt hier op matten. Het mulle zand zorgt er voor dat men goed ligt.

Vrijdag 8 december 2006 : Op de middag zijn we in de hoofdstad Nouakchott. Hier wordt het resterende geld gewisseld en dan gaat het verder naar Rosso. Om 3 uur staan we aan de grens. Na kip met rijst stele we de Senegal river over op weg naar ….

Zaterdag 9 december 2006 Rosso – Richard Toll : Om 7 uur zitten of beter liggen we op onze fiets want we willen de warmte voorzijn. De weg volgt de vallei van de Senegal. Tussen de rivier en de weg zijn er stroken landbouw, aan de andere kant deint de woestijn langzaam uit. Hier en daar verschijnen de grootse statige baoba’s. Sommige hebben meer dan twee meter doorsnede. We rijden tot St. Louis. Wanneer we die avond van het eten genieten dringen er enkele Vlaamse woorden tot ons door maar schenken er verder geen aandacht aan. De volgende dag worden we door een  echtpaar aangesproken. -Jullie zijn Belgen. Ja, van Antwerpen. Zo en van waar dan. Wel van Berendrecht. 't is nie waar, wij zijn van Zandvliet.- Zo blijkt nog maar eens hoe klein de wereld kan zijn. Via Louga en Thies rijden we naar Dakar. De weg is goed tot redelijk en met de wind in de rug zijn er weinig problemen. Eenmaal ontwaren we langs de kant van de weg beweging. Als we voorzichtig naderen zien we een tiental aasgieren die zich te goed doen aan een kreng van een koe. Men ziet dit wel eens in een natuurfilm maar hier was het echt en doet heel anders aan.

Woensdag 13 december komen we in Dakar en na wat rondvragen komen als bij toeval in via-via terecht. Dit hotel wordt door Vlaamse mensen uitgebaat. We willen enkele dagen blijven om de stad te bezichtigen en een visa voor Mali in orde te brengen. Groot was onze verwondering toen we zondagmorgen vertrekkend klaar stonden niemand minder dan onze bijna buren uit Zandvliet terug zagen. Na nog wat heen en weer gebabbel vertrekken we. Het verkeer is minder en wanneer we naar Mbour afslagen wordt het helemaal rustig. Die avond komen de eerste ziektetekens. Nieke is moe en heeft geen eetlust. De volgende morgen is ze niet fris en we blijven een dagje langer. Dan gaat het verder. In Fatick slapen we in de missiepost van de Luterse kerk. Er is geen verbetering maar er is hier zeer weinig mogelijk. We hopen in het 40km verder gelegen Koalack is meer te vinden. Die nacht slaat de diaree ongemeen hard toe. Het is elkaar aflossen op het toilet. Het gaat niet meer en wanneer we de volgende morgen een dokter raadplegen besluit deze ons op te nemen om via een infuus het vochtverlies te herstellen. Twee dagen later gaat het dan verder. 60 km naar Kaffrine. We komen doodmoe in het hotel aan en besluiten de volgende dag met de bus naar Tambacounda te gaan. Van hieruit is er een 2daagse safari door het nationaal park geplant en hopen hierna verder te kunnen. De vermoeidheid blijft echter duren en voor ’t eerst komt de gedachte huiswaarts te gaan. Wanneer we na 2 dagen met bus en taxibus in de hoofdstad van Mali Bamako aankomen staat ons besluit vast. ’s Anderendaags gaan we een reisbureau binnen en nog diezelfde nacht stappen we op de vlieger. De volgende avond zijn we thuis maar nu al kriebelt het en op het ogenblik dat ik de laatste woorden aan het typen ben staat het al vast,

begin juni vertrekken we terug om vanuit Kenia onze reis verder te zetten.

Tot dan

 Groeten

 Sus en Nieke

 

klik op de foto om uit te vergroten